Vrij-op-naam prijs nieuwbouwwoning leidend voor de WOZ-waarde

 

Recent heeft het gerechtshof Den Haag geoordeeld over de waardebepaling van een nieuwbouwwoning. De kosten van het meerwerk is samen met de vrij-op-naam prijs een richtlijn voor de heffingsambtenaar bij het bepalen van de WOZ-waarde van een woning.

Berekening van de WOZ-waarde

De berekening van de WOZ-waarde wordt gedaan op basis van de methode van systematische vergelijking. De woning wordt vergeleken met woningen die overeenkomen uit de buurt die recentelijk zijn verkocht. Deze woningen zijn verkocht één jaar na de waardepeildatum of één jaar voor de waardepeildatum. Aan de hand van deze referentiewoningen wordt de onderbouwing bepaald.

Wanneer de woning recent is verkocht, heeft deze een eigen aankoopcijfer. Dit aankoopcijfer is leidend voor de WOZ-waarde. Om het eigen aankoopcijfer te kunnen gebruiken als onderbouwing van de WOZ-waarde moet de woning uiterlijk 21 maanden na of 21 maanden vóór de waardepeildatum zijn verkocht.

WOZ-waarde van een nieuwbouwwoning.

Echter kan bij een nieuwbouwwoning de WOZ-waarde ook op een andere manier bepaald worden. Kortgeleden heeft het gerechtshof besloten dat bij een WOZ bepaling de heffingsambtenaar niet uitsluitend de methode van systematische vergelijking hoeft te gebruiken. Het kan wel een hulpmiddel zijn, maar niet de enige toetssteen.

Heeft u een recent aangekochte nieuwbouwwoning (maximaal 21 maanden na of voor de waardepeildatum) dan kan de koopsom vrij-op-naam inclusief de kosten voor het meerwerk bepalend zijn voor de berekening van de WOZ-waarde. Deze kosten samen staan gelijk aan de voor de woning betaalde prijs.

De koopprijs is op deze manier op een zakelijke wijze bepaald en om die reden is deze prijs gelijk aan de marktwaarde. De koopprijs is zodoende altijd leidend voor de berekening van de WOZ-waarde.

Heeft u een beschikking ontvangen en daaruit blijkt dat de WOZ-waarde van uw nieuwbouwwoning te hoog is vastgesteld. Neem dan contact met ons op, wij helpen u graag!